Bergoss staat in Oss beter bekend als de ‘wattenjood’. Een weinig subtiele verwijzing naar de joodse oprichter van de wattenfabriek waar Bergoss uit voort is gevloeid. Zijn broer, die eind negentiende eeuw een margarinefabriek in Oss heeft, krijgt de benaming ‘boterjood’.

Watten en kapok

Daniël van den Bergh begint op 62-jarige leeftijd in 1856 een wattenfabriek in Oss. In zijn werkplaats maalt hij oude lompen fijn tot ‘grauwe watten’: vulmateriaal voor doorgestikte dekens, meubilair, kussens en kleding. Na zijn overlijden treedt zijn zoon Jacob in zijn voetsporen. Hij noemt het wattenbedrijf ‘Firma Gebrs. Van den Bergh’. Ietwat vreemd, aangezien hij de zaak alleen runt en van meerdere broers geen sprake is.

De zaken gaan goed, hij koopt een stoommachine en verhuist in 1888 naar de Klaphekkenstraat (nu Oostwal) in Oss. Naast de wattenmolen begint hij ook een kapokfabriek. De kapok, een product van de tropische Kapokboom, importeert hij uit het toenmalige Nederlands-Indië. Kapok is het zaadhaar, een zijdeachtig vezel van de vrucht en uitermate geschikt als vulmateriaal. De watten en kapok fabriceert hij nu onder de naam ‘Noord-Brabantsche Stoomkapokfabriek’.

Groei en uitbreiding

In de loop der jaren volgt uitbreiding na uitbreiding, ondanks regelmatige klachten van omwonenden over brandgevaar, trillingen en stofoverlast. In een halve eeuw groeit de eenmanszaak uit tot een bedrijf met een dertigtal man personeel en vijf meewerkende directeuren (vader Jacob en zijn vier zonen Abraham, Isaac en Joseph en Simon). Op het grote terrein dat ze inmiddels in het bezit hebben verrijst ook een weverij.

In 1907, een jaar na het 50 jarig jubileum, nemen ze het Rotterdamse meelhandelsbedrijf van Friede Knurr over, een prominent lid van de Joodse gemeenschap in hun woonplaats Nijmegen. Een niet voor de hand liggende keuze aangezien het een totaal andere bedrijfstak betreft. Kort daarna trouwen de broers Abraham, Joseph en Simon van den Bergh met de drie dochters van Knurr. Is het ware liefde of spelen andere (financiële) motieven een rol?

Zware tijden

De derde generatie staat nu aan het roer. De Osse en Rotterdamse firma’s gaan samen verder in de ‘N.V. Gebrs. Van den Bergh Industrie en Handelsmaatschappij’ te Oss. In 1916 beginnen ze met het weven van meubelstoffen, tapijten en tafelkleden. Een spinnerij, ververij, spoelerij en stopperij voegen ze aan de weverij toe. Jarenlang draait de weverij verlies, maar dankzij de winstgevende meelhandel in Rotterdam kan die toch blijven draaien.

Vanaf de jaren dertig duikt de naam Bergoss steeds vaker op. In deze periode komt het bedrijf ook in zwaar weer terecht. Niet alleen door de wereldwijde economische crisis, maar ook omdat ze er een concurrent bij krijgen. Tapijtfabriek Desseaux strijkt neer in Oss. Om financieel het hoofd boven water te houden starten ze een nieuwe bedrijfstak: de productie van matrassen. Tijdens de oorlog moeten de vier joodse broers – die de directie vormen -  tijdelijk afstand nemen van het bedrijf. Isaac en Simon overleven de Holocaust niet, net als andere leden van de familie.

Het tapijt in het Tuschinski-theater. (foto: Martin Alberts / Stadsarchief Amsterdam, 1997; coll. Stadsarchief Amsterdam)

Kamerbrede tapijten

Na de oorlog bemant de vierde generatie, zonen van de vier broers, de directiekamer. Ze weten in 1950 een bijzondere opdracht in de wacht te slepen. Het vervangen van het handgeknoopte tapijt uit 1921 in het Tuschinski-theater in Amsterdam. Het tapijt, dat uit één stuk bestaat en 20 bij 15 meter groot is, bestaat uit ruim zes miljoen knopen.

De consument kiest inmiddels steeds vaker voor ‘kamerbreed’ tapijt (van muur tot muur) i.p.v. losse tapijten. Bergoss is in 1961 de eerste tapijtfabriek op het Europese vasteland die geweven ‘kamerbreed’ tapijt op de markt brengt. Zelfs met ‘legklare’ rug, zodat er niet meer gespijkerd of geplakt hoeft te worden. Het mosgroene ‘Hilton’ tapijt waarop prinses Beatrix en prins Claus in 1966 in de Westerkerk in Amsterdam hun jawoord geven, komt uit de Bergoss tapijtfabriek.

Ze richten zich nu vooral op de productie van vloerbedekking, hetgeen ze geen windeieren legt. Halverwege de jaren zestig is Bergoss booming. Ze beëindigen de meelhandel in Rotterdam en de productie van watten en matrassen.

Tuften

De ruimte die hierdoor ontstaat wordt ingenomen door de nieuwe weefgetouwen voor het kamerbreed tapijt. Die zijn groot, tot wel 4,5 meter breed. Bij gebrek aan lokale arbeidskrachten werven ze mensen uit het buitenland. Gastarbeiders uit Italië, Griekenland en met name Turkije. Begin jaren zeventig is een derde van het personeel Turks.

Vanaf 1966 gaat Bergoss ook vloerbedekkingen ‘tuften’. Een nieuwe populaire techniek die sneller en goedkoper is dan weven. Ze investeren in nieuwe tuftmachines en bouwen een extra bedrijfshal waardoor een jaar later al een derde van de omzet uit tuftproducten bestaat. Ze zijn echter niet de enige die zich met deze nieuwe bedrijfstak bezighouden. De moordende concurrentie zorgt ervoor dat ze in 1970, voor het eerst in lange tijd, verlies draaien.

Roemloos einde van de fabriek

Lage lonen, slechte arbeidsomstandigheden en sociale voorzieningen, en patriarchale verhoudingen op de werkvloer maken dat arbeiders gaan staken. ‘Het is hier een sociale rotzooi. De Turken worden hier uitgebuit als machines. Juist omdat het in dit bedrijf zo’n troep is, moeten ze het wel met Turken doen. De mensen uit Oss willen er niet meer werken’ aldus een lid van de ondernemingsraad.

Mensen van buiten de familie komen nu ook in de directie. Met een nieuwe uitgebreide collectie van wollen tapijten slaan ze de plank volledig mis. De consument wil nu juist synthetische tapijten. Reorganisaties volgen maar het mag niet baten, Bergoss blijft in de rode cijfers. De viering van het 125 jarig bestaan in 1981 stellen ze uit. Het feest is er ook nooit gekomen want ze gaan failliet. In 1982 neemt de Osse concurrent Desseaux de gezonde bedrijfsonderdelen over.

Het merk Bergoss bestaat nog steeds maar de fabrieksgebouwen zijn grotendeels gesloopt. Er verrijst een nieuwe woonwijk met de naam ‘Berghkwartier’. Enkele karakteristieke elementen, zoals het hoofdgebouw, zijn behouden en in de woonwijk geïntegreerd.

Staking bij Bergoss, 1973 (foto: Paul van der Werff; coll. Stadsarchief Oss)

Reacties

Marilou zei op 14 september 2020 om 19:49

Mooi verhaal, met fascinerende foto... zou de P. Peters op de poster Paul Peters zijn?

Samen met Jules Iding en Jan Marijnissen behoorde hij tot de SP’ers van het eerste uur. Hij was vooral de doener, en organisator van tal van acties en evenementen. Hij overleed in 2017.

Joost Hoedemaeckers zei op 15 september 2020 om 09:12

Heeft het BHIC nog mooi filmmateriaal van Bergoss? *kuch*

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.