Reageer

Johan van den Acker

Ze waren een kleine speler in de textielwereld zeggen ze zelf. De Textielfabriek Johan van den Acker uit Gemert heeft zes generaties bestaan. Alles deden ze in eigen beheer, van garenverven, scheren, weven en de afwerking. In 2018 valt uiteindelijk dan toch, na 211 jaar, het doek.

'Drumknaauwers'

Gemert is van oudsher een weversplaats. Tijdens Carnaval staan de bewoners uit Gemert dan ook bekend als ‘Drumknaauwer’, een wever die garenafval (drum) ‘pruimt’. Al sinds 1650 woont de familie Van den Acker in wat destijds een commanderij van de Duitse Orde was, vlak boven Helmond. Naast boer zijn ze ook vaak thuiswever, om zo een extra centje bij te verdienen. Rond 1730 is de textielnijverheid in Gemert qua grootte te vergelijken met Helmond en Tilburg. Ruim de helft van de beroepsbevolking werkt dan in de textiel.

Productie voor Nederlands-Indië

In 1807 besluit wever Henricus van den Acker een eigen bedrijf op te richten voor de productie en verkoop van geweven stoffen. Hij neemt hiervoor een aantal thuiswevers ‘in dienst’. De stoffen die zij weven verkoopt hij vervolgens door aan handelaren. Hieruit ontstaat later de firma ‘Gebr. Van den Acker’. Met de Nederlandse Handelsmaatschappij (NHM), een soort rechtsopvolger van de VOC, krijgen ze er halverwege de negentiende eeuw een grote klant bij. De orders om zogenaamde ‘katoentjes’ te weven voor Nederlands-Indië stromen binnen. Omdat Gemert niet is aangesloten op spoor- en waterwegen, transporteren ze de stoffen met paard en wagen over zanderige landwegen naar Helmond.

Streekdracht

In 1893 stapt een van de broers uit de firma en gaat voor eigen rekening verder onder de naam ‘Johan van den Acker’. Het zijn vooral bontgeweven katoenen kledingstoffen voor boeren en arbeiders, waaronder de diverse Nederlandse streekdrachten, die hij produceert. Daarbij valt te denken aan klederdrachten zoals in Volendam, Marken, Staphorst en Zeeland. De kledingstoffen leveren ze door het hele land, voornamelijk aan groothandelaren en grotere detaillisten. Zo zijn de families Brenninkmeijer, Lampe en Witteveen in Friesland en Groningen goede afnemers.

Bewust beperkte groei

In 1905 bouwen ze een nieuwe weverij in de Schoolstraat en komen de eerste mechanische weefgetouwen. Van den Acker kiest er bewust voor om een zeer beperkte groei na te streven. Zo kunnen ze kwaliteit leveren en alles in eigen beheer houden, van garenverven, scheren en weven tot en met de nabewerking. In de twintigste eeuw werken er gemiddeld zo’n 60 mensen. Wel ondergaat de fabriek door de jaren heen diverse uitbreidingen. Als de inkoopverenigingen hun intrede doen, waarbij detaillisten gezamenlijk inkopen om kosten te drukken, worden dit hun belangrijkste klanten.

De bezettingsjaren

Wegens gebrek aan grondstoffen staat de productie in de textielfabriek tijdens de Tweede Wereldoorlog op een laag pitje. Van den Acker houdt het personeel zoveel mogelijk aan het werk om te voorkomen dat ze in Duitsland tewerkgesteld worden. Wel komen er nog opdrachten binnen voor Nederlandse klederdrachtstoffen via het Rijksinkoopbureau. De nazi's beschouwen Nederlanders immers onder andere cultureel nauw verwant aan de Duitsers; Nederlands cultureel erfgoed dient dan ook in stand gehouden te worden.

Illustratie in dagblad Trouw van 3 maart 1979 (bron: Delpher; © Trouw)

Productie voor de confectie-industrie

In 1955 zet de vierde generatie de firma om in een vennootschap, onder de naam ‘Johan van den Acker’s Textielfabriek c.v.’. De twee takken van de familie leveren voortaan twee zonen aan om het bedrijf te leiden.  

De geweven kledingstoffen vinden ondertussen hun weg naar uiteenlopende klanten. Diverse bedrijven uit de confectie-industrie kloppen aan voor bedrijfskleding, zoals verpleegstersuniformen. Maar ook bekende kledingmerken als McGregor, Oilily en Laura Ashley zijn goede afnemers. In samenwerking met grote warenhuizen zoals V&D en De Bijenkorf ontwikkelen ze steeds weer nieuwe dessins. Door een intensieve samenwerking met naai- en handwerktijdschriften als Ariadne en Knip verkoopt Van den Acker bovendien stoffen via postorder direct aan de consument. Daarnaast exporteren ze veel naar andere Europese landen.

Overstap naar interieurstof

Door de economische recessie en de toenemende concurrentie gaan vanaf eind jaren zestig veel textielfabrieken failliet of verplaatsen hun productie naar lagelonenlanden. Van den Acker is als bedrijf financieel gezond maar te klein om deze stap te zetten. Daarbij zitten ze graag met hun neus bovenop het productieproces om de kwaliteit te kunnen garanderen.

Voordat de confectie-industrie Nederland voorgoed heeft verlaten, schakelen ze over op interieurstoffen. Ze ontwerpen en produceren voortaan uiteenlopende collecties wollen en Trevira CS kwaliteitsstoffen, van gordijnen tot meubelstoffen. De productie is echter zeker niet uitsluitend voor de binnenlandse markt bedoeld. Johan van den Acker levert aan Scandinavië, Japan, China, het Midden-Oosten en de VS.

Een eeuwenoude naam verdwijnt

Pieter van den Acker, de zesde generatie, neemt rond de eeuwwisseling samen met zijn neef het roer over. In 2007, ter gelegenheid van het 200-jarig bedrijfsjubileum, ontvangen ze het koninklijk predicaat Hofleverancier. Ondertussen wordt het steeds moeilijker om voldoende orders binnen te halen. In 2017 proberen ze nog de toekomst van het eeuwenoude familiebedrijf veilig te stellen door samen te gaan werken met Koninklijke Textielfabriek Raymakers & Co bv in Helmond. De samenwerking lukt, maar is slechts van korte duur. In 2018 wordt Textielfabriek Johan van den Acker, na 211 jaar, alsnog failliet verklaard.

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.