Reageer
4

Oirschotse stoel

Midden in Oirschot staat Europa’s grootste houten stoel, van wel drie meter hoog. Deze enorme Oirschotse stoel is een herinnering aan vervlogen tijden, toen de meubelindustrie in het dorp nog floreerde en in hoogtijdagen aan ruim 600 mensen werk bood.

Oirschotse stoel in het plantsoen op de splitsing Rijkesluisstraat - Gasthuisstraat in Oirschot, c. 1980 (bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven)

De knopstoel met de gevlochten bielzen zitting siert al vanaf de zeventiende eeuw de Nederlandse interieurs. Ook stoelenmaker Cornelis J. Teurlincx uit Oirschot maakt ze. Door de smalle rechte rugleuning en doorlopende achterpoten zitten ze echter allesbehalve comfortabel.

Amerikaanse stoel

Halverwege de negentiende eeuw emigreert Cornelis naar de VS om daar zijn geluk te beproeven. In 1848 strijkt hij, net als veel andere Nederlandse meubelmakers, in Detroit neer. Hier maken ze een heel ander type stoel, die zo goed als onverslijtbaar is en ook nog eens lekker zit. Deze zgn. Amerikaanse stoel heeft namelijk een houten zitting en een rugleuning die iets achterover helt. Zowel de stoelpoten als de rugleuning zijn als losse onderdelen aan de zitting bevestigd. Dat zit een stuk prettiger.

Tien jaar later keert Cornelis terug naar Oirschot. Hier begint hij in 1860 samen met zijn zwager, timmerman Hendrik Meyers, de stoelenfabriek ‘Teurlincx & Meyers’. Van beuken-,  populieren- en eikenhout gaan ze Amerikaanse stoelen maken. De drie zonen van Hendrik werken vanaf de eerste dag ook in het bedrijf. Omdat de verkoop van de stoelen gestaag groeit en ze de productie willen verhogen schaffen ze de nodige machines aan, waaronder ook een stoommachine.

Na het overlijden van Cornelis en Hendrik nemen de broers Meyers de leiding van Teurlincx & Meyers over. Naast de degelijke Amerikaanse stoelen breiden ze hun collectie uit met onder meer tuinbanken, zieken-, wieg- en kinderstoelen. Ze leveren voornamelijk aan tehuizen, gestichten, ziekenhuizen en psychiatrische inrichtingen.

Gevelbord van Teurlincx & Meyers in Oirschot (BHIC, collectie Provincie Noord-Brabant, fotonummer PNB001046516)

Oirschotse stoel

Begin twintigste eeuw komen er zoveel orders binnen dat verschillende werknemers van Teurlincx & Meyers hun kans schoon zien om een eigen meubelfabriek in het dorp te beginnen. De gebroeders Meyers zijn inmiddels op leeftijd, hebben geen opvolgers en verkopen in 1917 het bloeiende bedrijf aan de broers Justinus en Hendrik Nuyens. Als gemeentesecretaris en wegenbouwer hebben ze van meubels geen kaas gegeten, maar dat staat de verdere groei van het bedrijf niet in de weg.

De Amerikaanse stoel heet nu voortaan Oirschotse stoel en in 1925 gaan ze verder als de NV Stoom Stoelen- en Meubelfabriek v/h C.H. Teurlincx & Meyers. In de loop van de twintigste eeuw worden ze, ondanks de recessie en de Tweede Wereldoorlog, een gevestigde naam in de meubelindustrie. Net als andere Oirschotse meubelmakers trouwens, waaronder: de N.V. Oirschotse Stoelenfabriek, de Meeuwis & zn., Tret, Erven & Co. en P. van Leuven-van Hout.

Briefhoofd van de Hollandsche Stoelen- en Meubelindustrie, 1928 (Bron: Regionaal Historisch Centrum Eindhoven)

Smaken veranderen

De Oirschotse stoelen, die wel een leven lang meegaan, vinden hun aftrek in de hele wereld. Van Europa tot in Canada en het Midden Oosten. In totaal maakt de NV Stoom Stoelen- en Meubelfabriek enkele honderdduizenden van deze stoelen. In 1954 halen ze het oorspronkelijke model uit de collectie en vervangen die door een modernere versie, te leveren in diverse kleuren.

Met de stijging van de welvaart vanaf de jaren zestig verandert ook de smaak van de consument. Zware, donkerbruine eikenhouten meubels raken steeds meer uit de gratie. Daarbij worden meubels steeds meer modeartikelen, waarbij een lange levensduur niet relevant is. Wanneer de Nederlandse markt ook nog wordt overstelpt met goedkope meubels uit het Oostblok, en later ook uit China en Indonesië, wordt concurreren bijna onmogelijk. In de jaren tachtig proberen ze zich met een heel breed spectrum meubelen staande te houden en adverteren ze: ‘Teurlincx & Meyers. Sterk in alle stijlen. Van moderne creatie tot klassieke gratie’. In 2008 gaan ze dan uiteindelijk toch failliet.

Reacties

Ad van Zelst zei op 18 september 2020 om 10:45

De Hollandsche Stoel- en MeubelIndustrie (HSM) heette in de volksmond de "hazemem", met de nadruk op de eerste lettergreep.

Mijn opa Janus van Zelst was van 1917 tot 1929 vennoot van Jasper Erven in de meubelfabriek Erven & Co.

BHIC Mariët zei op 18 september 2020 om 12:45

Bedankt voor je reactie Ad, als je de afkorting inderdaad snel en Brabants uitspreekt, dan 'klopt' deze benaming helemaal :).

Kun je ons misschien wat meer vertellen over de meubelfabriek waar je opa vennoot in was? Heeft deze fabriek lang bestaan, maakten ze ook voornamelijk donker eiken meubels of is daar toch in de loop der jaren verandering in ontstaan?

Ad van Zelst zei op 13 oktober 2020 om 10:25

Dag Mariët, zo heel veel weet ik er niet van. Hier wat knip- en plakwerk:

Uit: Drs. Fr. Voermans, Oog op Oirschot, De ontwikkeling van de Oirschotse stoelen- en meubelindustrie tot 1940:

“De eerste stoelenfabrikant in Oirschot die mechaniseerde na Teurlincx & Meyers was B. (Narres) Vlemmincx, namelijk in 1897. Twee jaar later werd er een machine van 18 pk geïnstalleerd. Inmiddels was Vlemmincx een samenwerkingsverband aangegaan met J. (Joannes?) Erven dat evenwel niet lang stand hield. In 1909 startten Vlemmincx en Zonen een nieuwe fabriek. J. Erven zette het oude bedrijf voort.”

“In 1917 richtten Jasper Erven en Adrianus van Zelst een vennootschap op onder de naam Erven & Co. Evenals de andere stoelen- en meubelfabrieken [in Oirschot] hield dit bedrijf zich grotendeels bezig met de productie van stoelen. Daarnaast legden de fabrikanten zich toe op de vervaardiging van kerkstoelen, theaterklapstoelen en tuinmeubelen.
In 1928 werd de stoelen- en meubelfabriek uitgebreid met een drooginrichting en werkplaats voor het drogen en bewerken van hout. In hetzelfde jaar werd de vennootschap onder firma ontbonden door het overlijden van Jasper Erven. De zaak werd toen voortgezet als een commanditaire vennootschap. In [november] 1929 trad Adrianus van Zelst als beherend vennoot terug en werd opgevolgd door Johannes Erven (1910-1979) - de broer van Jasper Erven – en Cornelis van de Ven. In 1937 werd het bedrijf opnieuw uitgebreid. Er waren toen 31 personen werkzaam.”

Jasper Christiaan Erven, zoon van Joannes Erven (*20-01-1896 †08-04-1928), overleed op 32-jarige leeftijd. Hij woonde toen wijk F nummer 29.

Verder:
11-1929 Nadat Jasper Erven is opgevolgd door zijn jongere broer Jan (“Jentje de Bekker”, de latere wethouder) treedt Janus van Zelst in november 1929 terug als beherend vennoot van de meubelfabriek Erven & Co.
Hij koopt een perceel grond van 1200 m² aan de Spoordonkseweg (kadastraal nummer F3686, huisnummer A174, thans nummer 27) en laat daar Jan Bullens een woonhuis met werkplaats bouwen.

Op 1 januari 1930 start hij een garagebedrijf met Fiat-agentschap onder de naam “Garage Sint Christoffel”.
Na een jaar stopt hij met Fiat en gaat Chevrolet verkopen als sub-agent van Autobedrijf H.J. de Groot uit Tilburg.
Ook is hij dealer van Triumph motoren, die hij betrekt van M. van der Heijden in ‘s-Hertogenbosch.

Al vrij snel na de start komt zoon Harrie (18) als monteur in het bedrijf werken.

(Harrie was mijn vader, die ik in 1969 ben opgevolgd)

Met vriendelijke groet, Ad van Zelst

BHIC Mariët zei op 15 oktober 2020 om 12:00

Erg bedankt Ad, voor deze mooie uiteenzetting van de carriëre van je opa en vader. Jij komt zeker uit een ondernemersfamilie, dat is wel duidelijk.

Reactie toevoegen

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.

Beperkte HTML

  • Toegelaten HTML-tags: <a href hreflang> <em> <strong> <cite> <blockquote cite> <code> <ul type> <ol start type> <li> <dl> <dt> <dd> <h2 id> <h3 id> <h4 id> <h5 id> <h6 id>
  • Regels en alinea's worden automatisch gesplitst.
  • Web- en e-mailadressen worden automatisch naar links omgezet.